De erfenis van Charles van der Molen

a dna in medical colour background

herfst 2015

Met kleine, snelle passen stak Mira Freimann van der Molen de zebra over. Het stoplicht knipperde al. De voorste van de wachtende auto’s toeterde, ze keek omhoog, de chauffeur had gelijk, het was inmiddels rood. De oude Mercedes trok achter haar op en reed bijna de naden uit haar kousen. Hij liet een vette, stinkende walm achter, die haar de adem benam.

Ze sprong op de veilige stoep. Het novemberwindje waaide dun langs de hals, een huivering ging langs haar rug. Ze trok haar kraag wat dichter.

Voor haar torende een dofgrijs, negentiende-eeuws pand met zware, houten deuren. Op een goudkleurige plaat naast de deurpost was Rovers en Rademakers, Notarissen, gegraveerd. Hij schitterde in het licht van de laagstaande zon. Ernaast wachtte de glimmende bel.

De grumpy, old man Charles van der Molen, haar vader, was dood. Ingeslapen op 95-jarige leeftijd. Zijn kinderen waren opgeroepen om bij de notaris te verschijnen. Rovers senior had Mira gebeld. In München waar ze bij een klein advocatenbureau werkte, had ze verrast zijn boodschap aangehoord. Haar oudste dochter had meegewild, maar die meid was druk genoeg met haar gezin, vond Mira. Bovendien kenden haar kinderen en kleinkinderen Charles alleen van een paar oude foto’s.

Mira belde aan. De deur werd geopend door een vriendelijke jonge vrouw halverwege de dertig, zo’n beetje de leeftijd van haar jongste. Hoge hakken en deinende heupen gingen Mira voor naar de vergaderkamer. De geur van een duur parfum dwarrelde achter haar aan. In de ruimte -marmer, donker hout, hoge plafons met ornamenten- zaten, behalve de oude Rovers, drie vrouwen. Ze kende hen al van de begrafenis van gisteren. Het waren de dochters uit de twee andere huwelijken van Charles. Ze leken haar ietwat verwijtend aan te kijken; Mira was aan de late kant. Met een hoofdknikje en een kort ‘hallo’ gaf ze hun een hand en ging daarna zuchtend zitten. Om geen verdere tijd te verliezen pakte de notaris het testament en begon voor te lezen.

 Hierbij herroep ik alle vorige testamenten en bepaal dat ik, ondergetekende Charles van der Molen, geboren te Arnhem op 20 november 1920 en wonende aldaar verklaar mijn testament als volgt op te maken.
Mijn eigendom, gelegen te Arnhem, en alle verdere bezittingen worden nagelaten aan mijn kind of mijn kinderen.
Naar mijn beste weten zijn dat José, Marielle, Tristanne, geboren op resp, 2-11-1977, 13-9-1979, 8-11-1989.
Ik laat een doosje met sieraden na aan Mira, geboren 7-3-1955.

Dit is mijn laatste wilsbeschikking.
Eigenhandig geschreven te Arnhem.
15 oktober 2015

Charles van der Molen

De notaris richtte zich tot Mira.
“Tja, hij beweert dat je geen dochter van hem bent. Alleen zijn nageslacht erft.” De oude grijze man haalde zijn schouders op, zijn hoofd knikte verontschuldigend opzij.
Was ze de vrucht van een buitenechtelijke relatie? Dan had haar vaders afstandelijkheid een logische reden. Alle puzzelstukjes vielen op hun plaats.

Mira herinnerde zich haar moeder Florine als een dansende engel in de armen van haar Charles. Tot ze plotseling was verdwenen en niet meer terugkwam. Al zocht de vierjarige Mira overal in huis, jammerde ze en vroeg ze haar vader waar mamma was, ze bleef weg . Op een sombere winterdag vertelde hij Mira dat haar moeder was overleden. Mira had gehuild. Daarna werd er met geen woord meer over Florine gesproken.

Net na Mira’s tweeëntwintigste verjaardag stuurde Charles zijn dochter de deur uit met het norse commentaar dat ze verder voor zichzelf moest zorgen. Ontgoocheld was ze haar eigen weg gegaan. Ze dreef van Arnhem af en kwam tegen de stroom in uiteindelijk in Zuid-Duitsland terecht. Daar doofde de liefde voor haar vader. Toen ze hoorde dat hij gestorven was flakkerde er een klein weemoedig vlammetje op.

Mira keek naar de ‘echte’ dochters. De jongste, een smal spichtig ding met een donkere uitstraling, liep op haar af en boog zich naar Mira. Tristanne heette ze, dat had ze onthouden vanwege haar verdrietige blik. Het leek een meisje met een goed karakter. De dochter van echtgenote nummertje drie, die bijna per kerende post Charles had verlaten en daarna dit kind had gebaard. Mira had van het bestaan van echtgenote III noch van haar kind geweten.

Op de begrafenis had Mira Charles’ derde echtgenote ontmoet. Ze was aanwezig als een zwarte schaduw, klein en duister, haar gelaatstrekken onzichtbaar onder de voile van een breedgerande hoed. Ze hulde zich in nevelen en zweeg. Voor de laatste woorden van de dominee bij het graf waren gesproken, trok ze zich terug. Waarom ze überhaupt gekomen was, bleef voor Mira een raadsel. Niemand liet zich er verder over uit.

De andere vrouwen bij de notaris waren kinderen van de tweede echtgenote. Cheribelle van Bijsterdijk, een naam om te onthouden, was een lange vrouw, een model met klassieke ronde vormen. Een jaar stiefmoeder van Mira. Met name door haar hartelijke omhelzingen had ze indruk op Mira gemaakt. Ook bij de condoleance had Cheribelle haar geknuffeld of ze een eigen dochter was. De ex-echtgenoten ontbraken hier echter bij de notaris, er zou hun niets vergeven worden.

Haar halfzus Tristanne boog zich voorover, in haar donkerbruine ogen blonken tranen.
“Het spijt mij voor u. U bent voor niks uit Beieren gekomen.” Haar hand rustte een moment op de schouder van Mira.
Mira kwam overeind en zei: “’t Is goed.”
Ze zei ‘u’, haar halfzus, jonger dan haar kinderen. Mira herstelde langzaam van de klap. Wat zou het? Op de keper beschouwd veranderde er niks. De andere vrouwen stonden op en liepen naar haar toe.
“Zijn we nou familie of niet, dat is de vraag,” grapte de meest wufte van het stel, die niet bepaald in diepe rouw leek. De lange blondine, een evenbeeld van haar moeder, omhelsde Mira, de andere vrouw, die kleiner een ronder was, schudde haar stevig de hand. Het was een vreemd ritueel, onduidelijk wie met wat getroost of gefeliciteerd moest worden.
De notaris pakte het stalen kistje en gaf het Mira. Ze bedankte hem met een knikje.
In haar eentje ging ze terug naar het hotel dat aan de oever van de Rijn lag. Het was een flink eind wandelen van de Singel. Ze ademde diep in en uit. Het kwam goed. Het was van geen belang.

De meeste hotelgasten op deze doordeweekse dag waren zakenlui die alleen aan een tafeltje zittend de maaltijden gebruikten. Ze viel niet op, ze had net zo goed een sales-persoon kunnen zijn in haar nette pakje. Ze nam de lift naar haar etage, te moe om de drie trappen te lopen.
In haar hotelkamer zag ze haar zwarte kleren op een knaapje aan de kast hangen. Ze had ze gisteren op de begrafenis gedragen. Toen wist ze nog niet beter, ze had gehuild.
“Als hij niet mijn vader is, wie is het dan wel?” vroeg ze zich hardop af. Langzaam druppelde er iets van opluchting door, misschien was haar echte pa aardig. Een man zoals haar echtgenoot Peter Freimann was geweest. Hij was een jaar geleden aan kanker overleden, ze was nauwelijks van de schok bekomen.
Mira keek uit het raam. Haar kamer had een prachtig uitzicht over de Rijn. Laag boven de uiterwaarden hingen sprookjesachtige nevels. Ze zag het nieuwe natuurgebied, met wildernis en plassen, Meinerswijk. Alle huizen die er aan de zuidkant achter lagen, waren pas na haar vertrek gebouwd. Ze was op de heenweg langs de nieuwe wijken gereden. Groene lanen en parken, singels en hoge bomen. Haar geboortestad bleek twee keer zo groot geworden.
Ze draaide zich weg, pakte het kistje en opende het. Er steeg een prettige bloemenlucht op en de sieraden schitterden haar tegemoet als sneeuw bij een laagstaande zon. Ze pakte er willekeurig iets uit. Een lange, glinsterende zilverkleurige ketting rees uit het rode velours. Ze voelde zich als een van de rovers van Ali Baba. Een gouden ring met een opaal, oorbellen met saffieren, prachtig. Als de stenen echt waren, dacht ze, lag er een kapitaal voor haar. Onder de juwelen lag een envelopje. Ze bekeek de voor- en achterkant. Er stond niets op geschreven. Ze scheurde hem open en vouwde het papiertje dat er inzat open.

Deze juwelen heb ik ooit voor je moeder gekocht.
Overigens heb ik je maar één keer voorgelogen.
Florine is niet overleden.
Ze woont in Oosterbeek, Veritasweg 17.

Mira trok bleek weg. De wereld draaide om haar heen. Het papiertje trilde als een angstige kolibri in haar bevende handen. Ze liet zich languit op bed vallen. Ze snoof diep in en uit. Ze vloekte.
Wat een shit kerel!
Wat een klootzak!
Wat een godverdommese hufter!

Ze liet nog een keer of drie een oerhollandse vloek door haar hotelkamer schallen. Ze ijsbeerde door de kamer… ze vloekte nogmaals, dit keer in het Duits. Scheisse, scheisse… haar leven verzieken, de klootzak. Ze stond op en trommelde met haar vuisten op haar hoofd. In één dag was ze een vader kwijt en had ze een moeder terug.
Ze wreef over haar voorhoofd. Haar hand was merkwaardig koel, door deze sensatie kwam ze terug in het hier en nu. Ze moest Peter bellen… dom, nee, Peter was dood. Wie wel? Haar dochters? Natuurlijk zouden ze haar geruststellen en helpen de zaken te ordenen. Ze wilde ze echter niet lastig vallen. Nooit van haar leven had ze iemands hulp gevraagd.
Ze pakte de flesjes whisky uit de minibar en schonk ze in een glas. In twee keer sloeg ze de vloeistof naar binnen. Hij brandde in haar keel. Ze dronk nooit sterke drank, maar in films hielp het de hoofdrolspeler tot rust te brengen en op dit moment leek ze de hoofdrolspeler in haar eigen film.

**

De volgende dag belde ze aan bij nummer 17 op de Veritasweg. Een eenvoudige woning van voor de oorlog. Het smalle straatje stond vol geparkeerd met auto’s. Met de opmars van dit vervoermiddel werd in die tijd bij de ontwikkeling van wijken geen rekening gehouden.
De deur ging open.
Een vrouw glimlachte naar haar.
“Wat komt u doen?” vroeg ze.

Mira stond sprakeloos, haar mond was drooggeslagen. De vrouw moest ouder dan tachtig zijn, maar ze stond fier rechtop, met gave tanden, ogen helderblauw in friswit, roomkleurig haar elegant opgestoken. Enkele losse plukjes vielen vrolijk rond haar gezicht. Met haar crème deux pièce en beige pumps zag ze er uit of ze op het punt stond om uit te gaan. Deze vrouw was haar moeder. Florine leek enigszins verward toen Mira geen antwoord gaf. Ze moest ongetwijfeld herkenbare trekken zien in Mira, want het kwartje viel.
“Mira?”
Een traan gleed over een wang. Ze vielen elkaar huilend in de armen.

“Je vader was ziekelijk jaloers, en dat andere.” Mira dacht dat ‘het andere’, het overspel was, waardoor Charles niet haar echte vader bleek te zijn. Samen zaten ze aan de houten eettafel. De ruimte was verrassend modern ingericht. In het voorste deel van de kamer stond een flinke loungebank en hing er een reusachtige tv aan de muur. Grote bossen bloemen completeerden de vrolijke uitstraling. Hier werd niemand gemist, dacht Mira.
Florine had er een fotoboek bij gepakt, het lag opengeslagen op tafel, een paar foto’s van een lachend bruidspaar waren zichtbaar.
“Waarom heb je mij in de steek gelaten,” had Mira gevraagd, en toen begon Florine over de jaloezie.
“In eerste instantie waren we gelukkig. Hij was zo’n knappe man. En rijk.. hij kon alle vrouwen krijgen. Erfgenaam van het Van der Molen imperium. Wie zou hem niet willen?”
“Je voelde je uitverkoren.”
“Zeker. Het eerste jaar flankeerde ik hem op al zijn zakenreizen. Maar ja, ik was net twintig, ik verveelde mij dood. Dus ik pakte een studie op en ging niet meer mee op zijn trips. Toen begon hij te mopperen. Hij wilde precies weten waar ik was… niet per dag, maar per uur. Op een bepaald moment kreeg ik een lijfwacht.”
“Om je in de gaten te houden?” Florine knikte.
“Het werd van kwaad tot erger. Als ik een glaasje was gaan drinken met studiegenoten, kregen we ruzie. Wie waren dat, en als er een jongen bij was… tja.. uiteindelijk moest ik stoppen met studeren van hem. Het was alleen maar om met jongens te sjansen, zei hij, schandalig. En dat voor een getrouwde vrouw.”
“Je werd een gevangene.”
“Inderdaad, zo was het.”
“En dat andere? Kreeg je een verhouding met iemand?”
“Ik? Welnee. Dat was Charles kinderwens. Ik werd niet zwanger. Hij dacht dat ik er iets tegen deed, dat ik er geen wilde. Met een kind kon ik niet flirten, riep hij met luide stem. Maar ten eerste flirtte ik niet en ten tweede leek een baby mij best leuk. Dus ik wilde wel.
De dokter heeft ons onderzocht. Hij heeft tegen míj gezegd dat Charles lui zaad had. Hij durfde het Charles niet te vertellen. Zogenaamd voor nader onderzoek heeft hij het zaad verzameld en het stiekem bij mij ingespoten. Hij zei dat ik het beter voor mij kon houden. Mijn man was een opvliegend type indertijd.”
“En na die kunstmatige bevruchting werd je zwanger? Dus Charles is wel mijn echte vader.” Mira wist niet of ze blij of teleurgesteld moest zijn.
“Tja…blijkbaar was één zaadcelletje niet te lui om de eicel te bevruchten. En met wat een resultaat!” Florine glimlachte een aaide haar dochter over haar arm, “Wat ben je een mooie vrouw geworden, Mira. Je moet mij alles vertellen over je leven. Heb je kinderen?”
“Maar waarom heb je mij bij hem achtergelaten?” vroeg Mira. Ze schudde haar moeders hand van haar arm. Florine legde hem schuldbewust met gebogen hoofd in haar schoot.
“Ik kon het leven met hem echt niet volhouden. Het werd van kwaad tot erger. Je moet je voorstellen dat ik op een bepaald moment met ketenen aan mijn enkels in huis schuifelde tot je vader thuiskwam. Dat er dubbele sloten op de deuren zaten. En … dat hij gewelddadig werd. Als ik vroeg om wat verlichting, kreeg ik een pak slaag. Ik kon het niet meer aan.”
Het werd stil. Beide vrouwen zaten in gedachten verzonken.
“Mmmmm…..toen moet hij gedacht hebben dat ik zijn kind was,” merkte Mira op.
Ondertussen was het laat geworden. Florine schonk voor beide een whisky in. Hij smaakte goed dit keer.
“Je kunt hier blijven slapen.” En dat deed Mira.

Die nacht lag Mira wakker. Zodra het ochtend werd, skypte ze haar oudste dochter. Het was geruststellend haar gezicht te zien. De jonge, blauwe ogen en de lachende mond.
“Heb ik nog wat geërfd? Kan ik stoppen met werken?” vroeg haar dochter plagend.
“Ja en nee. Er gebeurt hier van alles,” Mira pauzeerde en slikte wat weg, “Mijn moeder blijkt nog te leven.” Ze kon niet voorkomen dat de tranen over haar wangen biggelden.
“Ach, jee, moet je huilen? Ik had met je mee moeten gaan. Zit je daar alleen.”
“Het gaat goed, maak je geen zorgen… maar ik kom vandaag nog niet naar huis, er is nog wat te doen hier.”
Mira rondde af met: “Geef iedereen een zoen, je zus niet te vergeten”, deed de tablet uit en ging haar bed in om een klein uurtje te slapen.

Ze werd gewekt door een oude vrouw in een roze duster die over haar heen gebogen wat fluisterde.
“Huh?”, ze vroeg zich af waar ze was. Ze zag de vreemde bordeauxrode gordijnen en het doorgestikte dekbed, wat zeker niet bij haar Hotel aan de Rijn hoorde. De smalle ruimte en het gestreepte behang. Het schoot haar te binnen: ze was in de logeerkamer bij haar moeder. Juist ja, daar was ze.
“Wanneer werd je de deur uitgeschopt? Dat zei je toch, plotseling werd ik de deur uitgeschopt en moest ik voor mezelf zorgen,” vroeg Florine.
Langzaam drong de vraag door. “In 77, ik was bijna klaar met mijn rechtenstudie.”
“Wanneer is de oudste van je halfzussen geboren.”
“O, daarna pas. Ergens tegen het einde van dat jaar.” Mira en Florine keken elkaar aan.
“Dat is het! Bij zijn nieuwe vrouw hoorde Charles voor het eerst dat hij lui zaad had, en dat hij kunstmatige inseminatie nodig had,” riep Florine uit. “Vanaf dat moment dacht hij dat jij zijn kind niet kon zijn.”
“Ja, je hebt gelijk. Zo zit het.”
“Hij zal dus voor al zijn andere dochters van KI gebruik hebben gemaakt. Of zelfs IVF.”
“Jij moet bewijzen dat je een echte halfzus bent en dezelfde vader hebt.”
“Als iedereen meewerkt is dat zo’n probleem niet.” Onlangs was Mira zo’n bewijs in een rechtszaak tegen gekomen. “Dat kan tegenwoordig met een DNA-test.” Inmiddels zat ze rechtop in bed, veegde de slaap uit haar ogen en streek haar warrige haar in fatsoen. Haar moeder plofte naast haar neer.
“Hoe dan?”
“Dat kan als mijn zussen en ik slijmvliescellen inleveren, dan kunnen ze aantonen dat wij dezelfde vader hebben.”
“Hebben ze daar dan geen DNA van de ouders voor nodig?”
“Nee. Het kan met X-chromosomaal onderzoek.”
“Daar heb ik nog nooit van gehoord.”
“Vrouwen zijn XX, ze erven een zogenoemd X-profiel van het DNA van hun vader én van hun moeder. De vader kan slechts één variant X-profiel doorgeven aan zijn dochters, vader is XY, deze X gaat altijd naar de dochters.”
“Ga verder, al raak ik het spoor aardig bijster. Had ik maar gestudeerd, zoals jij!” verzuchtte Florine.
“Met het DNA- materiaal van twee vrouwen met verschillende moeders kan een test aantonen of de vrouwen afstammen van dezelfde vader of verwantschap volledig uitsluiten. Een overeenkomstig X-profiel kan namelijk alleen maar afkomstig kan zijn van dezelfde mannelijke lijn.”
“En dat kan zonder DNA-van de ouders?”
“Inderdaad.”

**

Alle halfzussen en zussen zaten bij elkaar toen de uitslag van de testen besproken werd. Ze bevonden zich in dezelfde ruimte als waar het testament was voorgelezen. De oude Rovers had net als de vorige keer de papieren in zijn handen.
Er was tegengesputterd maar na de duidelijke uitleg van Mira en de notaris stonden haar halfzussen wat van hun mondslijmvlies af. Met vertrouwen was Mira afgereisd naar Arnhem voor de resultaten. Ze was zeker van haar zaak. Charles was immers volgens Florine haar echte vader.

De notaris opende de envelop, schraapte zijn keel en sprak de volgende woorden:
“Uit het DNA van de wangslijmvliescellen van de verschillende vrouwen blijkt dat geen van de vrouwen dezelfde vader heeft.”
De vrouwen reageerden alsof er vlak voor hun voeten een bom insloeg. Verwilderd keken ze elkaar aan. Zelfs in Mira’s stoutste dromen was dit scenario niet in beeld geweest.
Wie was de echte dochter, luidde logischerwijs de volgende vraag. Erger nog: was er wel een echte dochter?
De notaris en de halfzussen keken Mira aan. Zij bleek immers de expert op het gebied van de genetica. Ze kuchte en antwoordde vertwijfeld.
“Het is niet anders, we hebben het DNA van Charles nodig om zekerheid te krijgen.”
De notaris krabde achter zijn oor. “Moet we hem bovenhalen? De man ligt juist onder de grond, om hem op te graven voor een diepteonderzoek…”De oude Rovers klonk schor.
Mira bestudeerde haar nagels en dacht na. Ze moest diep in haar brein graven. Hoe kon ze sporen van haar vader achterhalen? Overal zou het DNA van iedereen kunnen zijn.
“De envelop, is die dichtgelikt door mijn vader?”
“Mijn vader?… huh, misschien wel de mijne!” sputterde de lange blonde van vrouw twee.
Rovers: “Zeker, ik zat erbij toen hij dat deed.” Dus de oude notaris wist af van haar moeder, bedacht Mira. Ze duwde haar opkomende ergernis weg en bleef bij de zaak.
“Aan de lijmlaag kunnen speekselresten zitten, waaruit we het DNA kunnen halen.”
Ze had de brief in haar tas gefrommeld en graaide hem eruit. De envelop was opengescheurd maar  op de lijmlaag zat hij dichtgeplakt. Met een trillende hand hield ze hem op.
De notaris pakte als een kundig forensisch onderzoeker aan een punt vast en nam de schat over van Mira. Voorzichtig liet hij hem in een grote envelop glijden.
“We zullen zien. We zullen zien,” sprak hij.

**

Alweer zaten ze een goede week later aan de Buitensingel in de elegante ruimte van het statige gebouw. De dames waren nerveus. Mira rook uit haar oksels een beetje naar bosuitjes, een luchtje dat ze verspreidde als ze zenuwachtig was. Ze klemde haar armen tegen zich aan. Tristanne zat naast haar, ze keek naar haar handen.
De notaris opende de envelop en wierp meteen een blik richting Mira.
“Niet geheel tot mijn verbazing, gezien de verwachtingen, blijkt onomstotelijk uit de testen dat Mira van der Molen, de enige echte dochter is van Charles van der Molen.”

Mira sloeg haar hand voor haar mond.
De drie vrouwen, geen familie, riepen: “Nee!” Een barstte in huilen uit. Een ander begon verwensingen te schreeuwen. De kleine Tristanne pakte haar tas en verdween als een spookje door de deur.
“Gaat u ook, gaat u ook.” De notaris dreef de twee dochters van Cheribelle met lichte duwtjes de deur uit. Sputterend en roepend, half in tranen leidde hij ze de ruimte uit. “De secretaresse zal koffie voor u maken. Neem een kopje voor u vertrekt.”
Mira zat nog steeds in shock.
De oude Rovers ging naast haar zitten op de stoel die door Tristanne was verlaten.
“Charles was mijn vriend, mijn enige, en dat was wederzijds. Ik heb een groot verlies geleden,” er klonk een snik door in zijn stem, “Luister: de oude huisdokter heeft mij op zijn sterfbed opgebiecht hoe je bent verwekt. Het heeft de man zijn leven lang dwarsgezeten en ik moest het van hem aan Charles doorgeven. Zijn laatste wens. Dat is aantal jaar geleden, en pas toen wist Charles dat je zijn kind was. Van zijn laatste dochter wist hij zeker dat het de zijne niet was, zijn derde vrouw wist niet van zijn onvruchtbaarheid. Dat had hij ontdekt bij Cheribelle en hij heeft het bij haar geprobeerd met KI.  Hij wilde echter zekerheid over al zijn nageslacht.” Mira zuchtte. De notaris ging verder: “Hij is jou gaan volgen. Daar heb je niets van gemerkt. Charles dacht dat met jouw analytische geest de waarheid te achterhalen zou zijn. Zo is het gegaan. Charles wist dat je het kon.”

 

7 reacties op De erfenis van Charles van der Molen

  1. Meri schreef:

    Wat een supergoed verhaal weer. Dank je.

  2. Karin Geenacker schreef:

    Mooi verhaal.
    Heerlijk om het even te lezen.
    Wachtvweer op het volgende verhaal.

  3. Rob Jansen schreef:

    Interessant en spannend verhaal! Leest lekker. (Rovers als notarisnaam vind ik grappig gekozen.)

  4. Lucia Daams schreef:

    Weer een geweldig verhaal.

  5. Thea schreef:

    Hoe bedenk je het! Leuk geschreven en ik betrapte mij er weer op dat ik me bijna haastte naar het slot voor de ontknoping!

  6. Joop schreef:

    Je verhalen worden steeds beter! Inhoudelijk zo anders dan je boeken en eerdere verhalen, maar toch wel ook herkenbaar door de boeiende manier van schrijven die je je inmiddels hebt eigengemaakt. Ik kijk uit naar je volgende verhaal!
    Groetjes,
    Joop

  7. francine schreef:

    Kon niet stoppen met lezen. Geweldig goed verhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *