Bezoek uit Indonesië…kabar angin

Knipselvoorplat2

NB! Voor mensen die Vaarwel Soerabaja hebben gelezen!

Hij loopt naar de brievenbus die aan de straat staat en haalt er een stapeltje reclamefolders uit. Een brief die ertussen verborgen zat, dwarrelt naar beneden en valt in een plas.
“Gatverdamme,” zegt hij.  Moeizaam raapt hij hem op. Teruglopend veegt hij de natte envelop aan zijn broek af. De zure westenwind waait door zijn nek. Zijn vrouw komt aanlopen in de gang. Hij steekt de envelop omhoog.
“Een echte brief.” Zij pakt hem uit zijn handen en bekijkt de postzegel.
“Post uit Indonesië,” zegt ze.
“Wie zou ons in godsnaam daarvandaan een brief willen sturen?” vraagt hij zich hardop af.
“Er staat geen afzender op,” vertelt ze hem en geeft hem zijn post terug.
Hij haalt zijn schouders op en scheurt de envelop open. Er zit een kort briefje in geschreven op flinterdun papier, het fladdert bijna uit zijn handen als een vlindertje.
“Daar moet de bril aan te pas komen.” Zijn vrouw  haalt zijn bril van de eettafel waar hij naast de ochtendkrant ligt. Ze is in vergelijking met hem soepel en vlug als een ballerina.
Hij gaat op de driezitsbank zitten, doet zijn bril op. Zijn ogen gaan over het priegelige handschrift. Hij leest hem bedachtzaam voor.

 Het doet mij verdriet u te moeten vertellen dat uw moeder is overleden.

Zijn handen trillen, hij zet zijn bril af en veegt door zijn ogen. Zij staat op en haalt een glaasje water uit de keuken.
“Hier, drink maar even.” Ze blijft naast hem staan en heeft haar hand op zijn schouder gelegd. Hij kijkt zijn vrouw aan. Zij aait hem over zijn hoofd.  Een vloedgolf van  herinneringen stroomt door zijn hoofd. Ze is dood. Hij had haar nooit meer gezien. Zijn moeder: hij had haar aanbeden en gehaat, en uiteindelijk alleen maar gehaat. Ze moet stokoud geworden zijn, hij had dit jaar zijn tachtigste verjaardag gevierd. Hij zet zijn bril weer op en leest verder.  Zijn vrouw zwijgt.

Uw moeder van u hield, op haar eigen wijze. Ze was trots op u. Haar knappe zoon, die het gemaakt had in Nederland. Ze sprak vaak over u.  Er zijn nog wat spulletjes waarvan ze vond dat u er recht op had. Misschien is het een goed idee dat ik u een bezoek breng en ze u geef. Ik zou u graag ontmoeten.…..

“Eerst wist ik niet eens van wie die kwam,” zegt hij als hij hem uit heeft.
“Van wie is hij?” vraagt ze.
Hij laat het briefje in zijn hand hangen en denkt na, zonder haar antwoord te geven mompelt hij,  “Wat bijzonder, na al die tijd.” Het lijkt erop dat zijn vrouw in verwarring is en verder niet weet wat ze moet doen. Zij loopt naar de keuken, waar ze alvast begint aan de voorbereiding van de maaltijd. Niets is zo belangrijk als eten, tenminste na Indië, dat staat nummer 1.
HPIM4517Hij denkt aan Java, Soerabaja, de heimwee borrelt op, de heimwee die hem bij tijd en wijle ziek had gemaakt. Hij kijkt naar buiten. Waar de regen tegen de ramen slaat; de grauwe, grijze lucht, de nooit aflatende wind. Er lopen  mensen kromgebogen voorbij, hun paraplu wordt hen bijna uit de handen geblazen. De grote gele zinderende zon van zijn geboorteland kennen ze hier niet. Hij heeft er nooit aan kunnen wennen, dat vale ‘maantje’ ver aan de horizon.

HPIM4516
Hij kijkt nog eens in de brief. Zijn naam eronder: Selatan Soepomo, ja, Soepomo was zijn achternaam. Ergens in de krochten van zijn geheugen kon hij die terugvinden. En zijn moeder had hem Selatan genoemd, de trouwe… de trouwe zoon.
“Hij wil komen, die vent, ik moet hem hier niet over de vloer,” roept hij richting keuken.
Haar handen aan haar schort afvegend komt ze terug de kamer in. “Wanneer?”
“12 maart,” zegt hij.
“O,” ze kijkt op de kalender, “dat is vandaag.”
“Staat er in de brief hoe laat ongeveer?” vraagt ze. Uitgerekend op dat moment wordt er aangebeld. Zijn hart slaat een slag over. “Ga jij?” vraagt ze hem.
Moeizaam staat hij op. Zeker na die laatste operatie gaat het bewegen hem niet gemakkelijk af.
Hij sloft de gang in en ziet door het matglas van de voordeur een silhouet van een man met een hoed op. Aarzelend loopt hij door, doet de deur van het slot en opent hem.
Dat is hem dus, degene waardoor zijn moeder ineens zo’n haast kreeg het pand te verlaten. Een kleine man, met een donkere huid, glanzend bruine ogen en een brede, innemende en herkenbare glimlach.
Het is ‘zijn broer’.
Nou, zo voelde het maar ten dele. Deze jongen had hem bijna het leven gekost. Een kind van de mooie Jasmine, ja, dat waren ze allebei.
De man neemt zijn hoed af en zegt: “Ik heb u verwittigd dat ik zou komen, kom ik ongelegen?” Hij spreekt keurig, goed gearticuleerd Nederlands. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat hij dat heeft geleerd, vraagt Freddy zich af.
“We hebben uw brief gelezen, kom binnen.” Geen Indischman zou iemand ooit de deur wijzen.
Dan valt zijn oog op de bagage van de knakker. Zijn eigen lichtgroene, leren koffer. Hoe komt die in zijn broers handen terecht. Hij had zich te barsten gezocht indertijd.
Hij neemt zijn gast de jas af en hangt hem aan de kapstok. Hij heeft een kostuum aan, zijn broer, driedelig, overhemd en vest. Die jongen zal wel sterven van de kou. Jaren heeft het geduurd voordat Freddy de dikke huid had die bij dit winterleven past.
Samen lopen zij de kamer in, die vent heel wat vlotter dan hij, geen wonder zoveel jonger. Hij biedt hem een fauteuil aan. Maar broer wil plaatsnemen aan de eettafel die achterin de kamer staat. Het legt de koffer op tafel en klikt de sluitingen open.
“Onze moeder heeft deze spullen bewaard. Ze heeft altijd met de meeste achting over u gesproken, haar oudste zoon, die carrière heeft gemaakt in het verre Nederland.” Freddy kijkt gebiologeerd naar de groene koffer, “en ik zie het met eigen ogen. U heeft een prachtig huis.” Het klinkt vreemd formeel al dat ge-u voor een broer, maar Freddy heeft geen zin om het te veranderen.
Met een elegante zwaai, doet zijn broer de deksel open.
Hij is half leeg.
“Alstublieft, dit was wat ik beslist naar u moest brengen van uw moeder.”
Bovenop ligt een kaki kostuum, met een leren stetson hoed.  De weemoed pakt hem bij de strot. Hij zet de hoed op zijn hoofd en houdt de broek aan de band voor zijn middel. “Hij zou je nog wel passen,” zegt zijn vrouw. Ze pakt de kleding van hem aan, maar de stetson houdt hij op.
Freddy pakt het volgende, een rommelig ding. Hij vouwt het uit. Blijkbaar was de koffer iets te krap geweest voor deze vlieger van rood papier. Was deze niet van zijn klasgenoot of toch van hem? Hij grabbelt verder en vindt zijn katapult. Hij glimlacht. Zijn bokshandschoenen. Een brede grijns van oor tot oor.
“Hier kan ik je verhalen over vertellen,”zegt hij mompelend. Hij ziet de kleine velletjes papier, met een ragfijn handschrift. Zuchtend legt hij ze op tafel.
Brokstukken Delfts blauw. Hij kan ze zich nog als de dag van gisteren herinneren, de Delfts blauwe vazen van zijn moeder. Zijn vrouw pakt de velletjes die hij zojuist op tafel heeft gelegd, maar hij grist ze uit haar handen. “Dit is privé,” zegt hij op een scherpe toon, die zij niet van hem kent. Ze neemt plaats op een eetstoel en vouwt zwijgend haar armen over elkaar.
Tekenvellen. Hij vouwt  ze uit. Een jongetje met zijn duim in zijn mond, en op de andere tekening een man met een zwarte snor. Hoe kunstig waren de gezichten getekend.
“Hoe heeft moeder dit in haar bezit gekregen?”vraagt hij zich hardop af.
“Kabar angin,” zegt zijn broer. Berichten door de wind verspreid. Dat was geen uitzondering in het oude Indië.

HPIM4535
Op de bodem van de koffer rollen een paar bloedrode kralen, hij pakt er een en bekijkt hem. Piepkleine  zwarte gezichtjes en profiel zijn erop geschilder, zoals alleen hele kleine vrouwenhanden dat kunnen. Bloedrode kralen. Hij wrijft ermee over zijn wang en bijt op zijn onderlip. Hij kucht. Ach, ach, denkt hij.
“En, dan was er nog iets, dat ik per se mee moest nemen, maar dat lukte mij niet. Ze had het over dat ding van Vink, maar ik had geen idee, wat dat voor iets was.”
Dat ding van Vink… hij had hem eerlijk gewonnen.
Hij sluit zijn ogen en hoort een schot.

5 reacties op Bezoek uit Indonesië…kabar angin

  1. Femmy schreef:

    Dank, dank voor de enthousiaste reacties.

  2. Meri schreef:

    Heel mooi slot van een heel mooi verhaal.

  3. Lucia Daams schreef:

    Een geweldig slot op je roman.
    Een bonus!
    Weer een mooi verhaal!
    Groetjes Lucia.

  4. francine schreef:

    Tjeetje, wat een bijzonder einde. En nu wil ik gewoon weer weten hoe of het verder gaat :-) Femmy, BEDANKT!!!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *